Is grove schuld verzekerd?

Vraag

In de nazomer van 2016 blokletterden een aantal populaire kranten: “VERZEKERAAR KAN DRONKEN CHAUFFEUR MET OMNIUM NIET MEER UITSLUITEN”!

De verklaring moet gezocht worden in een arrest van 11 februari 2016 van het Hof van Cassatie. 
Wat is daar nu van aan? 

Antwoord

De feiten

Na een verkeersongeval wordt bij een chauffeur een alcoholintoxicatie van meer dan 1,5 promille (0,65 mg/l) vastgesteld. De eigenaar/verzekeringnemer spreekt zijn omniumverzekeraar aan voor de stoffelijke schade. Deze weigert op basis van een bepaling in de allrisk polis die luidt:  “Deze verzekering geldt niet: (…) b. wanneer u of de toegelaten bestuurder: (…) het schadegeval veroorzaakt in een staat van alcoholintoxicatie van meer dan 1,5 promille (0,65 mg/l), in een staat van dronkenschap of in een gelijkaardige toestand die het gevolg is van het gebruik van andere producten dan alcoholische dranken.” De bodem- en beroepsrechter geven de verzekeraar gelijk. De voertuigeigenaar stapt daarom naar Cassatie.

Arrest 

Het Hof moet de correcte toepassing van de Wet van 4/04/2014 betreffende de verzekeringen toetsen. Twee artikelen zijn pertinent:

  • Art. 62 (Omvang van de dekking): 
    “ …. . De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. …”
     
  • Art. 65 (Uitvoering van de overeenkomst):
    “In de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het schadegeval. .….”

Zowat alle cascoverzekeringen voorzien in een rubriek (beperkingen, uitsluitingen,…) waarbij de verzekeraar zich wil bevrijden in situaties waarbij de houding van de verzekerde sterk kan bijgedragen bij het zich voordoen van de schade (intoxicatie, dronkenschap, racen,…).

Het Hof van Cassatie stelt nu dat de rechter steeds moet onderzoeken of een beperkende clausule in de polis in werkelijkheid geen verdoken vervalbeding is in de zin van artikel 65. Is dit het geval, dan heeft de verzekeraar een bijkomende bewijslast, waarbij hij moet aantonen dat er een oorzakelijk verband is tussen de tekortkoming van de verzekerde en de verzekerde gebeurtenis.

Deze plicht tot onderzoek voor de rechter is het gevolg van het feit dat de beide wetsartikelen van dwingend recht zijn. Polisvoorwaarden kunnen hier dus geen afbreuk aan doen. In deze zaak heeft het Hof de uitsluiting vanaf een bepaalde intoxicatie feitelijk geherkwalificeerd als een verplichting voor de verzekerde om bij het rijden de intoxicatie beneden de grens van 1,5 promille (0,65 mg/l) te houden ….

Het arrest is de weerslag van een specifiek geval betreffende een specifieke polis van het type all risk.  Het arrest is niet zondermeer op alle (omnium)verzekeraars van toepassing. Een aantal (omnium)verzekeraars hebben hun voorwaarden al aangepast naar aanleiding van het arrest.  Het is dus zaak om geval per geval te bekijken en na te gaan of er geen sprake kan zijn van een vervalbeding.

Voor dit nazicht kan je best terugvallen op de bijstand van een onafhankelijke en gespecialiseerde verzekeraar rechtsbijstand. Het is immers zeer de vraag of de beheerder rechtsbijstand van de BOAR-verzekeraar spontaan je zal wijzen op het bestaan van deze consumentvriendelijke rechtspraak.

Op ons kan je rekenen. In het overgrote deel van de gevallen waarborgt onze aparte polis de contractuele geschillen met de verzekeraar.  

Update 

Wat het regres betreft in het kader van een verplichte BA-verzekering motorrijtuigen, is de wetgever de verzekeraar te hulp gesneld. In de WAM-wet is een nieuw artikel 16bis ingevoerd dat van toepassing is voor de ongevallen overkomen vanaf 22 juni 2017.

In de volgende vier situaties moet de verzekeraar geen oorzakelijk verband aantonen, namelijk als het motorrijtuig wordt bestuurd:

  • door een persoon die niet voldoet aan de in België vereiste wettelijke minimumleeftijd om het motorrijtuig te besturen;
  • door een persoon die niet beschikt over een geldig rijbewijs om dat motorrijtuig te besturen;
  • door een persoon die de specifieke beperkingen vermeld op het rijbewijs niet respecteert;
  • door een persoon die in België een rijverbod heeft, zelfs als het schadegeval zich voordoet in het buitenland.

De wetswijziging nuanceert wel in bepaalde gevallen het recht op regres.

Het recht van verhaal in de eerste drie situaties geldt niet als de chauffeur, die in het buitenland het motorrijtuig bestuurt, aan de voorwaarden voldoet van de lokaal geldende reglementen om dat motorrijtuig te besturen.

Bovendien is het regres in de tweede, de derde en in de vierde situatie niet toegestaan als de “tekortkoming” te wijten is aan een administratieve formaliteit.

Dit is bijvoorbeeld als een medische keuring vereist is, maar het medisch onderzoek door een vergetelheid niet werd ondergaan hoewel de chauffeur wel degelijk medisch geschikt is. Of bijvoorbeeld de situatie als  de bestuurder wel alle noodzakelijke theoretische en praktische proeven met succes heeft afgelegd, maar zijn rijbewijs nog niet ophaalde bij de gemeente.

In de bovenvermelde vier hypotheses heeft het cassatiearrest van 11 februari 2016 dus geen impact meer.